Het gevecht met jezelf (2)

Geplaatst op dinsdag 10 mei 2016

Als ik mensen van buiten de sport spreek over de Elfstedentocht denken zij vaak dat dit het zwaarste moet zijn dat ik ooit heb gedaan. Als marathonschaatser zie ik dat wel iets genuanceerder. Het is zwaar, maar ook weer niet ondoenlijk. Althans, niet de 200-kilometertochten die ík gereden heb.

Het zwaarste dat ik ooit heb gedaan, was de beklimming van de Kilimanjaro. Maar ja, dat werd zwaar door een bijzondere omstandigheid: ik kreeg last van hoogteziekte.

Vooraf was me verteld dat hoogteziekte bij iedereen kan toeslaan, ongeacht conditie. Ik dacht natuurlijk dat dit voor mij niet zou opgaan.

Western Breach
Toen we aan de Kilimanjaro begonnen, waren we al dagen aan het wandelen en hadden we onder andere Mount Meru (de iets lagere buurman van de Kili) bedwongen. Ook op de Kilimanjaro liep ik erg makkelijk en moest ik met regelmaat op m’n medelopers wachten.

Tot de laatste nacht.

De normale route was mij natuurlijk te min, dus ik had een reis gevonden waarbij de tocht via de Western Breach liep. Die route was een dag langer, maar de laatste nacht was veel zwaarder.

Hoogteziekte
Het laatste bivak was op 4.700 meter hoogte. De top van de Kilimanjaro is op 5.989 meter. Tijdens de avond in het laatste bivak kreeg de hoogteziekte mij te pakken. Het begon met benauwdheid. Daar kwamen later enorme hartkloppingen bij. Ik moest tijdens het slapen (nou ja, slapen…) plassen, wat me vermoedelijk drie kwartier heeft gekost. Ik was compleet van de wereld.

Rond middernacht werden we gewekt. Voor vertrek moest ik overgeven. Eigenlijk wist ik dat ik naar beneden moest, naar meer zuurstof. Maar mijn ego kon de gedachte om de top niet te bereiken, niet verdragen. Ik was topsporter! En daarbij: teruggaan en om de Kili heen naar de voet lopen, duurde net zo lang als eroverheen!

Staand in slaap vallen
Die nacht werd een regelrechte hel. Zeven uur alleen maar afzien. In plaats van naar beneden ging ik nog 1.100 meter omhoog. Het was onder nul, waardoor ons water bevroor. En liet het nu net zo zijn dat je tijdens de beklimming veel moest drinken.

Op het laatst – bijna boven – ben ik een paar keer staand in slaap gevallen. Vier stappen zetten, rusten op je wandelstokken, en ‘wegvallen’. Vier stappen zetten, rusten op je wandelstokken, en ‘wegvallen’. Et cetera. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar het laatste uur heeft de gids mijn rugzak gedragen. Dat kon ik echt niet meer.

Blokje kaas
Boven was de beloning geweldig: een uitzicht over Afrika dat onbetaalbaar is. Toch kan ik me niet heel veel herinneren, omdat ik nog steeds erg zwak was. Mijn vrouw ging een blokje kaas eten (dat in ons lunchpakket zat, wie verzint zoiets?). Van de reuk alleen al ging ik weer over m’n nek.

Tijdens de afdaling knapte ik in no-time weer op. Dat is het maffe van hoogteziekte: zodra je afdaalt en meer zuurstof krijgt gaat het snel beter.

Ik heb de top gehaald. Het was alle afzien waard.