Het gevecht met jezelf: een harde les

Geplaatst op zaterdag 2 april 2016

4 januari 1997 is de dag in mijn leven die nog het vaakst in mijn herinnering terugkomt. De Elfstedentocht werd verreden en hij kwam – achteraf gezien – voor mij op een perfect moment. Ik was drie jaar A-rijder (topdivisie) en reed best goed.

Na een paar rare dagen met een bizarre sfeer ging het om zes uur ‘s ochtends los. Ik kon relatief goed hardlopen en kwam bij de eerste tien op het ijs. Snel de schaatsen aan en het donker in. De wind blies keihard in de rug, waardoor we zo 45 kilometer per uur reden voor de wind.

Adembenemend
Al binnen een uur viel ‘de slag’. Een kopgroep reed weg, en wij belandden in een tweede groep. Na twee uur waren we in Stavoren en vanaf dat moment was het pal tegenwind naar Dokkum. Het was dat er continu een zijspan met een tv-camera naast ons reed, anders had het net zo goed een toertocht kunnen zijn. De sfeer was wel adembenemend, zeker als je weer een dorp door reed.

Na Franeker begon het echte afzien. Een stuk van zo’n 35 kilometer over een doodse vaart, met een scheur dwars door het midden waardoor je geen slag kon afmaken. Midden tussen eindeloze weilanden waar niets van een Elfstedensfeer viel te bespeuren.

Compleet stuk
Langzaam ging ik compleet stuk, en met mij een groot deel van de tweede groep. Een enorm gevoel van zelfmedelijden kwam over me en uiteraard heb ik lange tijd gedacht ‘dit doe ik nooit weer’. 

Toen we Bartlehiem naderden en ik nog op het hoogtepunt van m’n zelfmedelijden was, demarreerde ineens Willem Poelstra. Hij kwam uit die streek en wilde zich laten zien. Ruud Borst reageerde met Fausto de Mareiros en Hans Pieterse.

En toen reageerde ik. Ik kreeg door dat het serieus was en blijkbaar had ik nog wel de benen. Helaas reageerde ik te laat. Met Jan Eise Kromkamp probeerde ik het nog, maar de mannen waren gevlogen. Uiteindelijk kwam Ruud tot vlak achter de uiteindelijke kopgroep en finishte de Elfstedentocht als zesde. 

Dankbaarheid
Zelf reed ik bij Dokkum m’n schaats bot. Ik was al geen sprinter, dus mijn sprint op de Bonkevaart met de wind pal in de rug werd niet veel meer. Ik dacht toen nog maar één ding: eindig bij de eerste twintig. Omdat Lammert Huitema gelost was, lukte dat net. 

Na al die jaren brengt de Elfstedentocht bij mij twee verschillende gevoelens teweeg. Een ‘rationeel’ gevoel van ongelooflijke dankbaarheid dat ik het uniekste evenement van Nederland als schaatser heb mogen meemaken (en trots dat ik het echt goed gedaan heb).

Maar inwendig blijft het altijd knagen: ‘Wat als ik direct had gereageerd, in plaats van zoveel medelijden met mezelf te hebben.’

Een harde les waar ik nooit een herkansing voor zal krijgen.